Het Spaanse Hooggerechtshof snoeit in de vreemdelingenverordening: familie van Spanjaarden, ouders ten laste en in Spanje geboren kinderen
Op 22 september 2026 publiceerde het Spaanse staatsblad twee uitspraken van het Hooggerechtshof die een reeks zinnen en zinsdelen schrappen uit de Spaanse vreemdelingenverordening, die sinds 20 mei 2025 van kracht is. De verordening is niet herschreven: het Hof wees het grootste deel af van wat acht organisaties in twee beroepen hadden aangevochten. Maar de stukken die zijn gevallen, zijn precies die waar gezinnen aan het loket tegenaan lopen: de buitenlandse voogdij die de dienst niet erkende, de ouder ten laste die al in Spanje woonde, het strafblad dat een dossier sloot zonder dat iemand het woog, het hier geboren kind dat een zomer in het buitenland doorbracht, de aanvraag die alleen online kon worden ingediend. Dit stuk leest de twee dicta zoals het staatsblad ze heeft afgedrukt, de motivering van de hoofduitspraak en de geconsolideerde tekst van de verordening zoals die er begin oktober 2026 staat.
Twee uitspraken, één staatsblad: wat er is beslist, en vanaf wanneer
De hoofduitspraak draagt nummer 868/2026 en is van 8 juli 2026 (beroep 19/2025); zij is aangevuld met een rectificatiebeschikking van 1 september 2026. De tweede, nummer 998/2026 van 29 juli 2026 (beroep 21/2025), herhaalt een van de vernietigingen en wijst de rest af van wat nog in geschil was. Beide waren gericht tegen het Real Decreto 1155/2024 van 19 november, waarmee de verordening bij de Vreemdelingenwet (Ley Orgánica 4/2000) is vastgesteld.
Een uitspraak die een deel van een verordening vernietigt, wacht niet tot iemand haar toepast. De wet op de bestuursrechtspraak zegt dat zulke uitspraken tendrán efectos generales desde el día en que sea publicado su fallo y preceptos anulados en el mismo periódico oficial en que lo hubiera sido la disposición anulada — algemene werking hebben vanaf de dag waarop hun dictum en de vernietigde bepalingen worden gepubliceerd in hetzelfde officiële blad als de verordening (artikel 72.2 van de Ley 29/1998). Die dag was 22 september 2026. De geconsolideerde tekst van het staatsblad draagt al een aantekening onder elk getroffen artikel, zodat iedereen kan nagaan wat ervan over is.
Wat is gevallen: tien punten
Het dictum van uitspraak 868/2026 telt tien punten, van letter a) tot en met j). In de volgorde waarin een gezin ze zou tegenkomen:
| Artikel | Wat het Hof heeft geschrapt / Wie het aangaat |
|---|---|
| 94.1.f | De zin die eiste dat de band met een Spaans kind naar Spaans recht tot stand was gekomen. Wie het aangaat: Voogden van Spaanse minderjarigen met een in het buitenland gevestigde voogdij |
| 196.2.b | De voorwaarde dat de economische afhankelijkheid in het land van herkomst ontstaat, voor zover zij de ouder die al in Spanje is belet haar te bewijzen. Wie het aangaat: Ouders ten laste van Spanjaarden |
| 97.4 en 98.1 | De automatische weigering wegens een strafblad, zonder individuele beoordeling, waar artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is. Wie het aangaat: Familieleden van wie een Spaanse burger afhankelijk is |
| 159.1 | Het woord «solteras». Wie het aangaat: In Spanje geboren minderjarigen van ouders met een verblijfsvergunning |
| 159.1 | De voorwaarde Spanje sinds de geboorte nooit te hebben verlaten. Wie het aangaat: Dezelfde kinderen, na een reis naar het buitenland |
| 160.1 | Het woord «solteros». Wie het aangaat: Niet in Spanje geboren minderjarigen die hier bij een ouder met verblijfsvergunning wonen |
| 160.2 | De voorwaarde dat de voogdij naar Spaans recht tot stand was gekomen. Wie het aangaat: Pupillen van buitenlandse ingezetenen |
| 166.1 | De woorden «en su caso». Wie het aangaat: Jongeren zonder papieren van wie de leeftijd onzeker is |
| 197.2 | Het hele lid: zeven aanvragen die elektronisch moesten worden ingediend. Wie het aangaat: Studenten, niet-lucratieve ingezetenen, werknemers, zelfstandigen |
| 101.1 | Het verbod voor uitzendbureaus om houder te zijn van vergunningen voor seizoenarbeid. Wie het aangaat: Uitzendbureaus en seizoenwerkgevers |
Familie van Spaanse burgers: het kader dat het Hof liet staan
Sinds mei 2025 hebben de familieleden van buiten de EU van een Spaanse burger een eigen verblijfsregeling (artikelen 93 tot en met 99 van de verordening): een vergunning van ten hoogste vijf jaar waarmee overal in Spanje mag worden gewerkt, in loondienst of als zelfstandige (artikel 95). Daarvoor werden zij naar analogie behandeld met het decreet over de familie van Unieburgers. De verenigingen voerden aan dat de nieuwe regeling de familie van een Spanjaard slechter behandelt dan die van een Duitser die in Spanje woont. Het Hof nam het argument als geheel niet over: de richtlijn vrij verkeer geldt niet voor Spanjaarden die nooit naar een andere lidstaat zijn verhuisd, en Spanje mag hun regeling zelf inrichten. Wat het vastlegde, is een bodem. Artikel 20 van het Verdrag verbiedt nationale maatregelen die een Spaanse burger er in de praktijk toe zouden dwingen het grondgebied van de Unie te verlaten omdat een familielid het verblijf wordt geweigerd, en de drie vernietigingen van dit hoofdstuk rusten op die bodem of op een door Spanje geratificeerd verdrag.
Eén wijziging kwam vóór de uitspraken. Het Real Decreto 316/2026, van kracht sinds 16 april 2026, heeft artikel 97 herschreven terwijl de zaak nog liep: wanneer de Spanjaard en het familielid allebei in Spanje zijn, kan de aanvraag hier worden ingediend, door een van beiden, voor alle familieleden van de letters a) tot en met h) van artikel 94.1, kinderen en ouders inbegrepen, en zodra zij in behandeling is genomen, mag de aanvrager voorlopig hier wonen en, als hij de arbeidsleeftijd heeft, werken tot de beslissing (artikel 97.1.c en 97.5). Partners staan in de letters b) en c); wat een geregistreerd of een stabiel partnerschap vereist, staat in ons stuk over de pareja de hecho op de Canarische Eilanden.
De voogd van een Spaans kind: een voogdij uit het buitenland telt
Letter f) van artikel 94.1 omvat de vader, de moeder of de voogd van een Spaanse minderjarige die het kind te zijnen laste heeft en ermee samenwoont, of zijn verplichtingen jegens het kind nakomt. Zij eindigde met een zin die er niet meer is: Esta relación deberá haber sido constituida conforme al ordenamiento jurídico español — deze band moet naar Spaans recht tot stand zijn gekomen. Het Hof legt die naast het Haags Verdrag van 19 oktober 1996 inzake de bescherming van kinderen, volgens hetwelk las medidas tomadas por las autoridades de un Estado contratante serán reconocidas de pleno derecho en los demás Estados contratantes — de maatregelen die de autoriteiten van een verdragsluitende staat hebben genomen, van rechtswege worden erkend in de andere verdragsluitende staten — en herinnert eraan dat het Hof van Justitie van de Europese Unie voor verblijfsrechten rekening heeft gehouden met een voogdij onder de Algerijnse «kafala» (zaak C-129/18).
Wat de dienst behoudt, is een controle, geen veto: hij mag per geval nagaan of de buitenlandse voogdij niet in strijd is met de openbare orde of met het belang van het kind. Dezelfde voorwaarde is om dezelfde reden gevallen in artikel 160.2, over de pupillen van buitenlandse ingezetenen.
Ouders ten laste: de afhankelijkheid kan in Spanje worden bewezen
De ouders van een Spanjaard, en die van zijn echtgenoot of partner, komen in aanmerking wanneer zij «a su cargo» leven en in hun land geen familiale steun hebben, of om humanitaire redenen (artikel 94.1.e). Artikel 196 bepaalt wat ten laste zijn betekent en stelt voor de economische afhankelijkheid drie voorwaarden: dat zij reëel, stabiel en duurzaam is; dat zij vóór de aanvraag bestaat; en, daartussen, Que se produzca en el país de origen o de procedencia — dat zij ontstaat in het land van herkomst of van vertrek. Het Hof heeft die voorwaarde geschrapt en la medida en que impide su acreditación cuando el ascendiente se encuentre ya en España — voor zover zij het bewijs ervan belet wanneer de ouder zich al in Spanje bevindt. Het geval dat het beschrijft, is de ouder die hier al woonde voordat de zoon of dochter Spanjaard werd of papieren kreeg: de afhankelijkheid bestaat, maar zij is in Spanje ontstaan.
De rest van artikel 196 blijft staan. De afhankelijkheid wordt nog steeds per persoon beoordeeld en mag niet zijn gecreëerd om de vergunning te krijgen; zij wordt vermoed wanneer de ouder ten minste in het jaar vóór de aanvraag geld heeft ontvangen, of kosten vergoed heeft gekregen, ter waarde van ten minste 51 % van het bruto binnenlands product per hoofd van het land waar hij vandaan komt; en zij wordt in elk geval vermoed bij ouders boven de 80 jaar en bij wie ernstig chronisch ziek is.
Een strafblad: geen automatische weigering waar een Spaanse burger zou moeten vertrekken
Voor de meeste familieleden zei de verordening al het juiste. Een weigering om redenen van openbare orde moet berusten op persoonlijk gedrag dat una amenaza real, actual y suficientemente grave que afecte a un interés fundamental de la sociedad — een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving — en een eerdere veroordeling no constituirá, por sí sola, razón automática para acordar la denegación de la autorización o del visado — vormt op zichzelf geen automatische reden om de vergunning of het visum te weigeren (artikel 98.1). Het automatisme kwam door twee deuren binnen: hetzelfde lid eist van de familieleden van de letters c), g), h) en i) in elk geval een blanco strafblad, en artikel 97.4 verwijst aanvragen die in Spanje worden ingediend naar de algemene visumvereisten, waaronder het ontbreken van een strafblad in de landen van verblijf van de laatste vijf jaar (artikel 38.e).
Het Hof heeft beide vernietigd, maar alleen voor één groep gevallen: die waarin de weigering van het familielid er in de praktijk op zou neerkomen privar a ese ciudadano del disfrute efectivo de la esencia de los derechos inherentes a su ciudadanía de la Unión — die burger het daadwerkelijke genot te ontnemen van de kern van de rechten die aan zijn burgerschap van de Unie zijn verbonden. Het voorbeeld uit de rechtspraak die het aanhaalt, is de ouder van buiten de EU van wie een kind met de Spaanse nationaliteit afhankelijk is. Daar kan een strafblad het dossier niet beslissen sin ponderación individualizada — zonder individuele afweging: de dienst moet de aard en de ernst van de feiten wegen, de tijd die is verstreken, het gedrag van de persoon sindsdien, de banden met Spanje en het belang van de kinderen. Buiten die groep blijft het vereiste staan, en het Hof laat het aan de lagere rechters over om onevenredige uitkomsten per geval te corrigeren.
In Spanje geboren kinderen: gehuwde minderjarigen, reizen naar het buitenland en de zes maanden
Artikel 159 geeft een verblijfsvergunning van vijf jaar, zonder visum, aan minderjarigen die in Spanje zijn geboren en van wie de ouders een verblijfsvergunning hebben. Drie dingen waren in geschil. Het woord «solteras» is weg: een minderjarige die getrouwd is, is niet langer uitgesloten, en hetzelfde woord, «solteros», is gevallen in artikel 160.1. Het Hof aanvaardt dat de strijd tegen kindhuwelijken en gedwongen huwelijken een legitiem doel is, maar acht de uitsluiting ongeschikt om het te bereiken, omdat zij penaliza al menor por haber sido sometido a él — de minderjarige straft omdat hij eraan is onderworpen.
De voorwaarde dat het kind no se haya ausentado del territorio nacional desde su nacimiento — het nationale grondgebied sinds zijn geboorte niet heeft verlaten — is ook weg, samen met de automatische verwijzing van die kinderen naar de zwaardere regels van de gezinshereniging. In de plaats daarvan heeft de beschikking van 1 september 2026 de lezing van het Hof in het dictum geschreven: wat kan worden geëist, is dat het kind zijn gewone verblijfplaats in Spanje heeft behouden, sin que las ausencias temporales y justificadas determinen por sí mismas la inaplicación del precepto — zonder dat tijdelijke en gerechtvaardigde afwezigheden op zichzelf de toepassing van het artikel uitsluiten. De voorbeelden van de uitspraak zelf zijn een dringende medische reis, een bezoek aan naaste familie en een terugkeer naar het land van herkomst om documenten te halen.
De termijn van zes maanden heeft het overleefd. De ouders moeten de aanvraag nog steeds indienen en el plazo de los 6 meses siguientes a la fecha del nacimiento — binnen de zes maanden na de geboortedatum — of na de dag waarop een van hen de verblijfsvergunning krijgt, als die later valt. Het Hof weigerde hem te vernietigen, en de beschikking van 1 september weigerde er iets over aan het dictum toe te voegen. De motivering zegt wel dat de administratie de redenen van een te late aanvraag moet wegen op grond van het artikel zelf, en de afwijzing is uitdrukkelijk uitgesproken met de interpretatieve gevolgen van die motivering. De praktische regel is niet veranderd: dien de aanvraag in binnen de zes maanden en, als de datum voorbij is, dien haar in met het bewijs waarom.
Niet in Spanje geboren kinderen, en pupillen
Artikel 160 is de weg voor minderjarigen die niet hier zijn geboren en al in Spanje wonen bij een ouder met een verblijfsvergunning: twee jaar ononderbroken verblijf, schoolbezoek wanneer het kind leerplichtig is, en ouders die voldoen aan de inkomens- en huisvestingsvoorwaarden van de gezinshereniging. Aan die vereisten is niet geraakt. Gevallen is het woord «solteros» in lid 1 en, in lid 2, de voorwaarde die de weg voor de pupil van een ingezetene alleen opende siempre y cuando esta relación haya sido constituida conforme al ordenamiento jurídico español — mits die band naar Spaans recht tot stand was gekomen. Net als bij de voogd van een Spaans kind moet een in het buitenland geldig gevestigde voogdij nu inhoudelijk worden onderzocht.
Jongeren van wie de leeftijd in twijfel is: eerst de opvang
Wanneer de politie een jongere zonder papieren aantreft van wie de minderjarigheid niet met zekerheid kan worden vastgesteld, zegt de Vreemdelingenwet dat se le dará, por los servicios competentes de protección de menores, la atención inmediata que precise — de bevoegde diensten voor jeugdbescherming hem de onmiddellijke opvang geven die hij nodig heeft (artikel 35.3). De verordening zei dat die diensten zouden worden ingelicht opdat zij die opvang «en su caso», in voorkomend geval, zouden bieden. Twee woorden, oordeelt het Hof, die erop neerkwamen convirtiendo en potestativa una obligación que la Ley configuró como imperativa — een verplichting die de wet dwingend heeft gemaakt, in een mogelijkheid te veranderen. Zonder die woorden geldt: de plicht van de regionale diensten opera con carácter imperativo e incondicionado — werkt dwingend en onvoorwaardelijk — vanaf het moment waarop de politie meldt waar de jongere is. De uitspraak steunt op uitspraak 43/2025 van het Constitutioneel Hof, dat, zoals het Hooggerechtshof het weergeeft, een protocol van de regering van de Canarische Eilanden gedeeltelijk heeft vernietigd omdat het die opvang weigerde of uitstelde.
Aan het loket: papier is terug, en uitzendbureaus mogen voor het seizoen aanwerven
Artikel 197.2 verplichtte natuurlijke personen het elektronische kanaal te gebruiken voor zeven aanvragen: verlengingen van verblijf voor studie, verlengingen van niet-lucratief verblijf, eerste vergunningen voor verblijf en arbeid in loondienst, verlengingen voor arbeid als zelfstandige en voor verblijf met vrijstelling van de werkvergunning, en de eerste vergunningen voor seizoenarbeid en voor collectieve werving in het land van herkomst. Het is in zijn geheel vernietigd, en de tweede uitspraak herhaalt de vernietiging. De procedurewet gaat uit van de omgekeerde regel, Las personas físicas podrán elegir en todo momento si se comunican con las Administraciones Públicas para el ejercicio de sus derechos y obligaciones a través de medios electrónicos o no — natuurlijke personen kunnen op elk moment kiezen of zij al dan niet langs elektronische weg met de overheid communiceren — en laat een verordening het scherm alleen aan een groep natuurlijke personen opleggen wanneer quede acreditado que tienen acceso y disponibilidad de los medios electrónicos necesarios — vaststaat dat zij toegang hebben tot de nodige elektronische middelen en erover beschikken (artikel 14 van de Ley 39/2015). De verordening gaf zulke redenen niet.
Wat nu geldt, is lid 1 van hetzelfde artikel: persoonlijk bij de vreemdelingendienst of elektronisch, naar keuze van de aanvrager. Wie een niet-lucratieve verblijfsvergunning verlengt, kan dat weer op papier doen. Twee kanttekeningen. Vennootschappen, en beroepsbeoefenaars die verplicht bij een beroepsorde zijn ingeschreven, moeten op grond van de procedurewet zelf elektronisch indienen, zodat een dossier dat door zo'n vertegenwoordiger wordt behandeld nog altijd online reist. En het Hof laat de deur open: de regering mag het elektronische kanaal voor bepaalde procedures opnieuw opleggen als zij motiveert waarom.
De andere wijziging aan het loket betreft werkgevers. De derde alinea van artikel 101.1 luidde Las empresas de trabajo temporal no podrán ser titulares de esta autorización de residencia y trabajo para actividades de temporada — uitzendbureaus mogen geen houder zijn van deze verblijfs- en werkvergunning voor seizoensactiviteiten — en evenmin worden toegelaten bij een wisseling van werkgever of in een keten van contracten. Het Hof vond geen wet achter het verbod en wel een Europese richtlijn ertegen (Richtlijn 2008/104/EG), en vernietigde de alinea.
Wat het Hof liet staan
Punt drie van het dictum is even belangrijk als punt twee: Desestimar las restantes pretensiones anulatorias deducidas en el recurso — de overige in het beroep ingestelde vorderingen tot vernietiging af te wijzen. Daaronder:
- De echtgenoot moet ouder dan achttien zijn. Artikel 94.1.a blijft zoals het was; het Hof aanvaardt het doel om gedwongen huwelijken en kindhuwelijken te voorkomen.
- De visumroute vanuit het buitenland. Een familielid dat buiten Spanje is, komt nog steeds binnen met een verblijfsvisum (artikel 41); de regeling is niet de automatische van de familie van Unieburgers.
- Arraigo en asiel. Wie een lopend verzoek om internationale bescherming heeft, kan geen arraigo aanvragen, en die tijd telt niet mee voor de twee jaar (artikel 126). Beide uitspraken bevestigen dat.
- Nationaliteit. De tijd onder de voorlopige vergunningen die slachtoffers krijgen terwijl over hun dossier wordt beslist, telt niet mee voor de nationaliteit door verblijf.
- Leerlingen onder de achttien. De leeftijdseis voor visa voor lang verblijf voor de bovenbouw van het middelbaar onderwijs en voor opleidingsactiviteiten (artikel 35.f) blijft staan.
- De rest van de verordening. Alles wat niet op de lijst van tien staat, met inbegrip van de vereisten, documenten en termijnen van elke vergunning.
Als u bent geweigerd op grond van een van de geschrapte zinnen
De eerste vraag is of de weigering definitief is. De wet opent gesloten dossiers niet opnieuw: uitspraken van deze soort no afectarán por sí mismas a la eficacia de las sentencias o actos administrativos firmes que lo hayan aplicado antes de que la anulación alcanzara efectos generales — tasten op zichzelf de werking niet aan van de onherroepelijke vonnissen of bestuursbesluiten die de bepaling hebben toegepast voordat de vernietiging algemene werking kreeg (artikel 73 van de Ley 29/1998).
Een weigering waarvan de termijnen nog lopen, is iets anders. Beslissingen over verblijfsvergunningen sluiten de bestuurlijke weg af (negende aanvullende bepaling van de verordening): zij kunnen binnen een maand worden aangevochten bij de dienst die ze heeft genomen, of binnen twee maanden na de kennisgeving rechtstreeks bij de bestuursrechter, en het beroep kan nu op de uitspraak steunen.
Een definitieve weigering staat een nieuwe aanvraag onder de tekst zoals die vandaag luidt niet in de weg. De Vreemdelingenwet laat de dienst toe de herhaling van een al geweigerde aanvraag niet in behandeling te nemen siempre que las circunstancias que motivaron la denegación no hayan variado — zolang de omstandigheden die tot de weigering hebben geleid niet zijn veranderd; een vernietigd vereiste is, in onze lezing, een omstandigheid die is veranderd, en de nieuwe aanvraag zou dat op de eerste bladzijde moeten zeggen. Eén waarschuwing uit artikel 97.5: de voorlopige toestemming om te wonen en te werken zolang over een gezinsaanvraag wordt beslist, wordt niet gegeven wanneer een vergunning van hetzelfde type is geweigerd op wezenlijk dezelfde feiten.
Wat ons team residentie en immigratie doet
Ons team residentie en immigratie, op de kantoren in Costa Adeje en Corralejo, bereidt gezins- en verblijfsdossiers voor en herwerkt of bestrijdt de dossiers die zijn geweigerd: welke zin de dienst heeft toegepast, of de beslissing nog kan worden aangevochten en wat het gezin vandaag kan bewijzen. Het consult is betaald en wordt vooraf begroot, en niemand kan beloven wat een dienst of een rechter zal beslissen. Voor wie nog niet in Spanje is, is onze gids over EES, ETIAS en de wegen om langer te blijven het beginpunt. De dienst wordt beschreven op onze pagina over residentie en immigratie, en de contactpagina vermeldt de openingstijden van beide kantoren.
Veelgestelde vragen
Sinds wanneer gelden de vernietigingen?
Sinds 22 september 2026, de dag waarop de dicta in het staatsblad zijn gepubliceerd, en voor iedereen, niet alleen voor de organisaties die naar de rechter zijn gestapt. Dossiers die vóór die dag zijn beslist en gesloten, worden door de uitspraken zelf niet heropend.
Ik ben voogd van een Spaans kind en mijn voogdij is in het buitenland gevestigd. Kan ik nu een aanvraag indienen?
Ja. De zin die een naar Spaans recht gevestigde voogdij eiste, is vernietigd in de artikelen 94.1.f en 160.2. De dienst mag nog altijd nagaan of de buitenlandse voogdij niet in strijd is met de openbare orde of met het belang van het kind; de buitenlandse beslissing, naar behoren gelegaliseerd en vertaald, blijft dus de kern van het dossier.
Mijn moeder woont al bij mij in Spanje. Kan zij als ouder ten laste in aanmerking komen?
Dat de afhankelijkheid in Spanje is ontstaan, sluit haar niet langer uit. Zij moet nog steeds reëel, stabiel en ouder dan de aanvraag zijn, en zij wordt vermoed bij ouders boven de 80 jaar. De ouders van een Spanjaard kunnen sinds april 2026 vanuit Spanje een aanvraag indienen.
Moet ik mijn verlenging nog altijd online indienen?
Nee. Het lid dat het elektronische kanaal oplegde voor zeven aanvragen, waaronder de verlengingen van niet-lucratief verblijf, is vernietigd; u kunt persoonlijk of elektronisch indienen. Dient een beroepsbeoefenaar die verplicht bij een beroepsorde is ingeschreven voor u in, dan gaat het dossier online.
Ons kind is in Spanje geboren en wij hebben de zes maanden laten verstrijken, of zijn naar het buitenland gereisd. Is de weg gesloten?
Niet om die reden alleen. De termijn van zes maanden blijft staan, maar de administratie moet de redenen van een te late aanvraag wegen; en tijdelijke, gerechtvaardigde afwezigheden halen het kind niet langer uit artikel 159, mits zijn gewone verblijfplaats in Spanje is geweest.
Algemene informatie over het Spaanse vreemdelingenrecht zoals het op 2 oktober 2026 luidt (Real Decreto 1155/2024 in zijn geconsolideerde tekst; uitspraken 868/2026 en 998/2026 van het Hooggerechtshof, gepubliceerd op 22 september 2026), geen advies over uw zaak: de regering kan de vernietigde bepalingen opnieuw formuleren, en elk dossier hangt af van zijn eigen feiten en data.
Deze notitie is algemene informatie, geen juridisch advies. Laat u voor uw concrete situatie professioneel adviseren.
Benieuwd wat dit voor uw zaak betekent?
Een eerste consult op kantoor of per video, in een van onze twaalf werktalen.
Verder lezen
Phishing en niet-toegestane betalingen in Spanje: wanneer de bank het geld moet teruggeven
Wie houdt de gezinswoning na een scheiding in Spanje: gebruik, hypotheek en wat er verandert als een nieuwe partner intrekt